Kunt u uw moeder hier even in laten plassen?
25 april 2025 - Alzheimer
D
e dienstdoende huisarts overhandigde me een bekertje. Zo klein dat een pop er net koffie uit zou kunnen drinken. Ik keek ernaar en voelde hoe alles in mij bevroor. Verwachtte ze echt dat ik… dat ik dit bekertje zou positioneren – dáár waar ik zelf ooit vandaan kwam? Mijn gedachten sloegen op hol. Dit kon ik niet.
Het voelde alsof ik ineens op een grens stond. Een grens waar de rollen begonnen te verschuiven. Alsof ik de moeder was, en zij de peuter.
Het was 2018. Mijn moeder was die nacht op straat gevonden door haar buren. Zonder jas, tas en huissleutels. Onderkoeld en verward. De Alzheimer was toen nog niet vastgesteld. We wisten alleen dat er iets niet klopte. Waar het toe zou leiden, was een groot en pijnlijk vraagteken.
Ik zie me nog staan in de huiskamer die er niet meer is, het bekertje in mijn hand. Zij zat op de bank te bibberen als een bang vogeltje. Mijn moeder, die altijd zo slim en analytisch was geweest. Die tot op hoge leeftijd computerles gaf aan ‘bejaarden’, zoals ze het zelf altijd noemde, een beetje plagend.
Nu keek ze me aan met lege, vragende ogen, niet meer de vrouw die alles wist en kon, maar iemand die zelf verloren was. Mijn schoonzus – die in de zorg werkt – zag mijn worsteling en zei liefdevol: “Laat mij maar even.” Ze nam het bekertje over, en daarmee ook een stukje van mijn schaamte en verdriet.
Inmiddels is mijn moeder drie jaar geleden overleden.
De momenten waarop de rollen onvermijdelijk omdraaien – waarop jij ineens degene bent die moet zorgen, troosten, beslissen – blijven me bij. Kleine, onhandige momenten zijn vaak het begin van een reis die je als mantelzorger maakt — een reis vol liefde, verwarring, verlies en onverwachte tederheid. Een reis die misschien wel begint met een bekertje in je hand.
Soms, als ik er met vrienden over praat, zeg ik gekscherend: “Oefen maar alvast met je ouders om ze te laten plassen in een minuscuul bekertje, dan ben je voorbereid als het ooit nodig is.”
