Het is niet de schuld van pickwick
18 april 2025 - De mantelzorger draait door
I
k staar naar het labeltje van mijn theezakje. Naar welke feestdag kijk je het meeste uit? staat er in sierlijke letters. Mijn vingers trillen lichtjes. Het is vroeg. De keuken is stil, alleen de klok tikt de seconden weg. Mijn thee is allang koud. Vroeger had ik zonder nadenken “Pasen” gezegd. Alleen al bij die gedachte komt er een herinnering op. Ik sluit mijn ogen. Ik zie mezelf met een mand vol gekleurde eieren bij onze caravan lopen. De kinderen wachten ongeduldig. Hij stond in de deuropening, met die stille glimlach. Als de zon hoger kwam, gingen we naar binnen. Ik rook het versgebakken brood, de zoete geur van koffie. We dekten samen de tafel. Het was nooit groots. Maar het was warm.
Ik ben nu drie maanden weduwe. Drie maanden zonder doel, zonder ritme. De zorgtaken die jarenlang mijn dagen vulden zijn stilgevallen. Ik ben met mantelzorgpensioen. Elke ochtend zette ik thee en maakte ik een smoothie voor hem. Mijn liefde zat in het zorgen. In kleine gebaren. Nu zijn mijn handen leeg. Vandaag pakte ik twee theeglazen uit de kast. Eén voor mij, één voor hem. Automatisme. Halverwege het inschenken van het hete water drong het tot me door. Alleen mijn glas bleef staan. Koud. Halfvol. Zoiets kleins, en toch voelde het alsof er iets in mij brak. Het gemis sluipt in de stilte. In routines die hun betekenis verloren hebben.
Over een paar dagen is het Pasen. Voor het eerst ben ik alleen. Geen eieren verstoppen, geen geur van vers brood. Geen eerste kampeerweekend van het jaar, waarin we de lente voelden op onze huid, op blote voeten over nat gras liepen, koffie dronken bij het ochtendlicht. Nu is het stil. Alleen ik. Ik probeer mezelf weer te dragen, zoals ik hem droeg. Maar hoe doe je dat, als je het verleerd bent? De vogels buiten fluiten alsof het een ochtend is als alle andere. Maar in mij is het stil.
Ik sta op en giet de koude thee weg. Het labeltje scheur ik los en leg het naast de gootsteen. Naar welke feestdag kijk je het meeste uit? Geen, denk ik. Geen enkele. Ik frommel het piepkleine papiertje tot een propje en gooi het in de vuilnisbak. Het is niet de schuld van Pickwick. Maar toch.
